
Priem Atthea
Moordkapje
In een somber dorp aan de rand van een duister bos leefde een meisje dat bekend stond om haar rode cape. Men noemde haar Moordkapje, maar achter haar schijnbaar onschuldige glimlach school een sluwe en kwaadaardige geest. Moordkapje had een bijzondere gave: ze kon met dieren spreken en ze naar haar hand zetten.
Op een gure herfstdag gaf haar moeder haar een mand met voedsel, bedoeld voor haar grootmoeder die diep in het bos woonde. Haar moeder waarschuwde haar om direct naar grootmoeders huis te gaan en niet van het pad af te wijken. Moordkapje knikte gehoorzaam, maar haar plannen waren allesbehalve puur.
Terwijl ze door het bos liep, fluisterde Moordkapje met een kille stem instructies aan de schaduwen tussen de bomen. Dieren van het donkerste soort verzamelden zich stil rond haar, gehoorzamend aan haar wil.
Plots verscheen er een wolf op het pad. Hij rook de menselijke geur en benaderde Moordkapje, maar in plaats van angst zag hij een verraderlijke glimlach op haar gezicht. Moordkapje sloot een duister pact met de wolf: hij zou haar helpen haar grootmoeder te overmeesteren in ruil voor bescherming tegen de jagers van het dorp.
Bij grootmoeders huis aangekomen, stuurde Moordkapje de wolf naar binnen terwijl zij buiten wachtte. De wolf, gedreven door zijn honger, verslond de oude vrouw in één hap. Vervolgens nam hij haar plaats in het bed in, gehuld in haar nachtgewaad.
Toen Moordkapje het huis betrad, deed ze alsof ze verrast was door de vermomming van de wolf. “Grootmoeder, wat hebt u grote oren,” zei ze met een giftige ondertoon. “Des te beter om je leugens te horen,” gromde de wolf, die haar spel meespeelde. “En wat hebt u grote ogen,” ging Moordkapje verder. “Des te beter om de duisternis in je ziel te zien,” antwoordde de wolf. “En grootmoeder, wat hebt u verschrikkelijk grote tanden!” riep Moordkapje uit. “Des te beter om je verraad te beëindigen!” brulde de wolf en sprong naar voren.
Maar Moordkapje was voorbereid. Ze wendde zich tot de schaduwen en riep de dieren op die ze had verzameld. In een oogwenk werd de wolf overweldigd door talloze scherpe tanden en klauwen. Toen het geweld bedaarde, stond Moordkapje over de verslagen wolf, haar rode cape doordrenkt met bloed.
Terwijl ze het huis verliet, voelde Moordkapje geen spijt. Ze had haar macht bevestigd over zowel mens als beest, en de donkere krachten van het bos erkenden haar nu als hun meesteres. Moordkapje keerde terug naar het dorp, klaar om haar volgende duistere daad te plannen.